In de klassieke oudheid was de lorica musculata (‘gespierde borstplaat’) een pantser dat het ideale mannelijke lichaam nabootste. Dit pantser verscheen voor het eerst in de late Archaïsche periode in Griekenland en werd wijdverspreid in de 5e en 4e eeuw voor Christus. In deze blog duiken we dieper in op het ontstaan en gebruik van de musculata.
Kurassen in de bronstijd en vroege ijzertijd
Myceense kurassen
De vroegst bekende bronzen borstpantsers werden gemaakt door de Myceense beschaving van de late Griekse bronstijd. Deze cultuur maakte verschillende vormen plaatpantser en zelfs volledige harnassen van brons. Verschillende onderdelen van lichaamsbepantsering uit de late Myceense periode zijn gevonden in Thebe, waaronder borstpantsers, schouderbeschermers, borstplaten en beenbeschermers. Daarnaast zijn bronzen banden ontdekt in Mycene en Phaistos, en bronzen schubben in Mycene en Troje. Bij Dendra ontdekte men het oudst bekende voorbeeld van een gehamerd bronzen borstpantser, gedateerd rond ongeveer 1500 v.Chr..
Andere Europese bronstijdkurassen
Ook ten noorden van de Alpen werden in de late bronstijd vergelijkbare kurassen gebruikt. Deze waren afkomstig uit de urnenveldencultuur en de Halstattcultuur, waarvan verschillende originelen zijn teruggevonden. Zo zijn in Moravië zijn verschillende vondsten van plaatpantser opgegraven, waaronder twee delen van helmen (gevonden in Služín en Brno-Řečkovice), één scheenplaat (gevonden in Kuřim) en een stuk van een borstpantser (gevonden in Ivančice 4). Deze waren afkomstig vanuit de Karpaten tussen 1.300 en 800 v.Chr.
Griekse kurassen in de vroege ijzertijd
Na de Griekse donkere eeuwen ca. 1100 v.Chr. - 800 v.Chr. kwamen meer kurassen voor, maar deze bleven schaars en erg duur. Mogelijk had slechts 10% van de vroege hoplieten een bronzen kuras. Deze kurassen hadden een klokvormig ontwerp, met soms een gestileerde rib rond de borsten en het middenrif en een opstaande rand aan de onderkant die extra bescherming bood aan de benen. De panoply van Argos is een goed voorbeeld van de harnassen uit deze periode.
Rond deze tijd kwam ook de linothorax in gebruik, die goedkoper en lichter was. Dit was waarschijnlijk meer gangbaar dan de dure kurassen, maar werd nog steeds niet gedragen door alle hoplieten die geen kuras konden betalen. Het is namelijk bekend dat veel hoplieten op hun wollen mantel na geen bescherming droegen.
Gebruik en ontwikkeling
Het bronzen kuras werd gegoten in twee delen (voor- en achterkant) en daarna gehamerd. Het ontwikkelde zich uit de vroege klokvormige borstplaat en woog ongeveer 11,5 kg. Vondsten uit de 5e eeuw v.Chr. in Thracische graven tonen aan dat de Thracische cavalerie ze droeg. De vroegst bekende sculpturale afbeelding is een de torso van een krijger op de Akropolis van Athene (ca. 470-460 v.Chr.) en het pantser wordt ook afgebeeld op Attische roodfigurige keramiek vanaf 530 v.Chr.
In de 5e eeuw v.Chr. was de borstplaat korter en smaller in de taille dan latere versies. De Italiaanse versie, gedragen door Samnieten en Osken-volkeren, was hoekiger en had geen schouderbeschermers in tegenstelling tot de Griekse kurassen. Vondsten in graven in Campanië en Etrurië bevestigen het gebruik van dit soort kurassen in Zuid-Italië.
Een bijzondere vondst is een ijzeren musculata met gouden versieringen, ontdekt in een tombe in Epirus (290-270 v.Chr.).
Esthetische en symbolische betekenis
Voor de oude Grieken bestond de ideale lichaamsbouw uit een gespierd lichaam. Dit kwam voort uit de idealisering van de krijgersklasse als een prestatiegerichte klasse, die bedoeld was om heldhaftige daden te verrichten zoals omschreven in de Ilias en Odyssee. Vanuit deze traditie ontstonden sporten en zelfs de Olympische Spelen. Dit ideaalbeeld zorgde voor de ontwikkeling van het gespierde borstkuras, dat bedoeld was om de spieren van de krijger te symboliseren. Ook goden die werden geassocieerd met oorlog zoals Ares of Mars maar ook godinnen als Athena of Minerva werden vaak afgebeeld met een spierborstplaat.
Decoratie
Hellenistische heersers versierden hun borstplaten vaak met goddelijke symbolen, zoals bliksemschichten op de leren franjes (pteruges). Samen met plantaardige motieven op de borstspieren was een van de meest voorkomende decoraties de gorgoneion, het hoofd van een mythologisch monster waarvan de Medusa de bekendste is. Deze versiering verwees naar een legendarisch pantser dat door de godin Athena werd gedragen, waaraan een gorgonenkop was bevestigd om de drager te beschermen tegen boze geesten en duistere magie.
Italische musculatas
Tijdens de vierde eeuw v.Chr. was de musculata zeer populair in Zuid-Italië, waar het merendeel van de exemplaren vandaan komt – en deze exemplaren werden daar geïmporteerd uit Italische en Etruskische gebieden. Deze populariteit is waarschijnlijk te danken aan het grote succes van de Herakles-cultus in Italië, zowel onder Grieken als onder Italische volkeren. In het laatste hoofdstuk van de mythe van Herakles blijft de musculata van de held intact op zijn brandstapel op de berg Eta: bronzen musculatas werden hiermee een symbool van identificatie van de drager met de held Herakles zelf.
Deze Griekse musculatas beïnvloedden de ontwikkeling van de Romeinse lorica musculata, die reliëf afbeeldingen van borst- en buikspieren had. Vanaf de Hellenistische periode werd de musculata vooral bij de Romeinen een statussymbool. Ook de esthetiek evolueerde, waarbij ze vaak werden afgebeeld met een leren of textielen schort eronder. Een voorbeeld van zo’n Hellenistisch kuras is een ijzeren musculata met gouden versieringen, ontdekt in een tombe in Epirus (290-270 v.Chr.).
De Romeinse musculata
De meeste archeologische vondsten van musculata dateren uit de Republikeinse periode en zijn voornamelijk gemaakt van bronslegeringen. Vanaf de Keizertijd werd dit pantser vooral een ceremonieel uniform en droegen gewone legionairs een lorica hamata. Officieren droegen de musculata over een versierde supermalis die extra bescherming bood tegen slagen.
Hoewel Polybius de musculata niet noemt in zijn beschrijving van de Romeinse legers, tonen archeologische vondsten en afbeeldingen aan dat deze werd gebruikt. Het Aemilius-Paulusmonument in Delphi toont Romeinse infanteristen met kettingmail, maar ook drie soldaten met musculatae. Het pantser werd voornamelijk gedragen door officieren en kon zowel van metaal als van leer zijn, vaak met een rand van leren franjes (pteruges) aan de armgaten en de onderkant.
In de Romeinse beeldhouwkunst werden musculatae vaak versierd met mythologische scènes, maar vondsten van eenvoudige varianten en afbeeldingen in militaire context suggereren dat minder versierde versies daadwerkelijk in gevechten werden gebruikt. Keizers werden net zoals goden vaak afgebeeld met rijk geïllustreerde borstplaten waarop anatomische details, zoals tepels en de navel, in de decoraties waren verwerkt. Romeinse keizers verbonden zich op deze manier met de mythologie en vergeleken zich met de goden om hun rol als heerser en veroveraar te benadrukken.
Lorica Musculata in het Romeinse leger
Romeinse Centurio’s droegen de musculata al in de Republikeinse periode, een traditie die voortduurde in de Keizertijd. Hun versies waren minder versierd dan die van keizers en legaten en werden vaak bedekt met phalerae (militaire onderscheidingen).
Hooggeplaatste officieren droegen rijkelijk gegraveerde borstplaten, vaak voorzien van:
- Bliksemschichten van Jupiter op de schouders.
- Een gorgoneion op de bovenkant van de borst.
- Griffioenen bij de buik.
Op andere decoraties konden goden, sfinxen of adelaars tonen.
Een opvallend detail was de zona militaris, een stoffen riem die rond de musculata werd gebonden. Op navelhoogte werd deze vastgeknoopt in een "Herculeaanse knoop", een attribuut van legaten en keizers.
Bekende beelden met Lorica Musculata
Het beroemdste beeld waarop een musculata wordt gedragen is de Augustus van Prima Porta. Op de borstplaat van Augustus wordt een Romeinse officier afgebeeld die een militaire standaard (aquila) terugkrijgt van een baardige "barbaar", waarschijnlijk een Parth. Dit symboliseert de terugkeer van de Romeinse standaarden in 20 v.Chr., die waren verloren na de Slag bij Carrhae (53 v.Chr.). De navel (umbilicus) is verwerkt in de centrale decoratie, net boven de personificatie van Moeder Aarde (Tellus), die staat voor vrede en voorspoed. Amor, rijdend op een dolfijn, benadrukt Augustus' goddelijke afstamming van Venus en Aeneas, zoals beschreven door Vergilius. Andere goden, zoals Apollo op een griffioen en Diana op een hert, versterken de goddelijke legitimiteit van Augustus' heerschappij.
Andere beroemde keizerlijke standbeelden met musculata zijn die van:
- Julius Caesar (Rome, Museum van de Romeinse Beschaving).
- Trajanus (begin 2e eeuw n.Chr.).
- Marcus Aurelius (Louvre, Parijs).